Consensus

Voodoo or Science?

Praktijk Wim Lasoen

Sleidinge (Evergem)

De eeuwige discussie

Over laseracupunctuur en fotobiomodulatie wordt op twee manieren geschreven. De ene overdrijft: elke aandoening, elk resultaat, geen twijfel. De andere veegt alles van tafel omdat een deel niet bewezen is.

Ongenuanceerde preconceptie en polariserende doctrines helpen de persoon op zoek naar complementaire zorg en/of meer levenskwaliteit geen meter vooruit.

Deze pagina probeert het derde: weergeven wat het onderzoek werkelijk laat zien, inclusief waar het tekortschiet. Wie wil weten of een behandelvorm iets voor hem kan betekenen, heeft meer aan een eerlijke stand van zaken dan aan een belofte.

Wat de wetenschappelijke literatuur zegt over fotobiomodulatie

Fotobiomodulatie (PBM), historisch bekend als low-level lasertherapie, wordt in de wetenschappelijke literatuur beschreven als een veilige, niet-invasieve behandelvorm met aantoonbare klinische effecten. Tegelijk keert in vrijwel elke overzichtsstudie dezelfde kanttekening terug: het onderzoeksveld vraagt om standaardisatie.
De hieronder samengevatte lijn is gebaseerd op onderzoek dat is geïndexeerd in PubMed, de bibliografische databank van de Amerikaanse National Library of Medicine. Wie de onderbouwing zelf wil nagaan, kan daar terecht.

Werkingsmechanisme

Op cellulair niveau is het mechanisme goed onderbouwd. Fotonen uit het rode en nabij-infrarode spectrum worden geabsorbeerd door cytochroom-c-oxidase in de mitochondriën. Die absorptie beïnvloedt de ATP-productie en zet reactieve zuurstofverbindingen vrij die als secundaire boodschappers fungeren — signaalstoffen die herstelprocessen op gang brengen en ontstekingsactiviteit temperen.

Het is geen warmte-effect en geen weefselbeschadiging. Het is een verschuiving in de energiehuishouding van de cel.

Klinische toepassing

De literatuur is het sterkst op drie terreinen: [3]

  • Pijn en ontsteking. De sterkste onderbouwing betreft knieartrose, perifere neuropathie en pijn bij diabetische voetulcera. [3][4]
  • Wond- en weefselherstel. PBM versnelt de genezing van ulcera van uiteenlopende oorsprong, decubitus en acute radiodermatitis. [3][5]
  • Neurologie. Een groeiende onderzoekslijn richt zich op cognitieve stoornissen en herseninfarct. Hier is het bewijs jonger en dunner. [3]

Daarnaast bestaat dermatologische toepassing bij huidveroudering, androgene alopecia (best onderbouwd) en acne. [3]

Het parameterprobleem … en wat apparatuur daaraan doet

De belangrijkste methodologische zwakte in het veld is niet het mechanisme, maar de dosering. Golflengte, vermogen, energiedichtheid en behandelduur bepalen samen het effect, en studies onderling gebruiken uiteenlopende toestellen en instellingen. Dat maakt resultaten moeilijk vergelijkbaar en verklaart een deel van de inconsistentie in de literatuur. [6]

Precies daarom is de apparatuur geen bijzaak. In deze praktijk staan twee klinische lasertoestellen: de Laserneedle OrthoPhys en de MKW PowerTwin21 XP5. Beide zijn inzetbaar voor puntgerichte behandeling en voor behandeling van een groter weefselgebied. Welk toestel wanneer, is een klinische afweging. Wat ze gemeen hebben, is wat hier telt: beide geven de gekozen parameters gedefinieerd en reproduceerbaar af. Wat bij de vorige sessie is toegediend, kan bij de volgende identiek worden herhaald of gericht worden bijgesteld. Dat maakt van dosering een klinische variabele in plaats van een onbekende.
Wat het niét betekent: dat daarmee bewezen is dát een bepaalde dosis werkt. Nauwkeurige toediening is een voorwaarde voor betrouwbaar onderzoek, geen vervanging ervan.

Datzelfde parameterprobleem verklaart waarom er tussen lichtbronnen grote verschillen bestaan. Toestellen op de consumentenmarkt — led-panelen, handapparaten, wellnesstoepassingen — werken vaak zonder opgegeven vermogen, zonder gedefinieerde golflengte en zonder controleerbare energiedichtheid.

Hier past een correctie op wat vaak wordt beweerd, ook door verkopers van laserapparatuur. Het vakgebied is het er niet over eens dat coherentie op zich beslissend is: bij gelijke golflengte, irradiantie en energiedichtheid geven led en laser vergelijkbare effecten, en led-fotobiomodulatie is in het onderzoek stevig verankerd. [7] Het verschil zit elders. Laserlicht is gebundeld, waardoor het vermogen per oppervlakte-eenheid bekend en stuurbaar is; led-licht spreidt, waardoor de werkelijk toegediende dosis op diepte veel moeilijker te bepalen valt. Dat betekent niet dat led-toestellen niets doen. Het betekent dat niet na te gaan is wát ze doen, en dat de studies waarnaar in de marketing wordt verwezen doorgaans zijn uitgevoerd met andere apparatuur en andere doseringen dan het goedkope gadget dat men daadwerkelijk aanschaft.

Wat de wetenschappelijke literatuur zegt over acupunctuur

Acupunctuur behoort tot de best onderzochte niet-conventionele behandelvormen. Een overzichtsstudie die de systematische reviews en meta-analyses van 2017 tot 2022 in kaart bracht, evalueerde 862 reviews die samen 184 medische aandoeningen bestreken. Die omvang maakt het veld tegelijk overzichtelijk en onoverzichtelijk: er is veel, maar het is ongelijk van kwaliteit.
De hieronder samengevatte lijn is gebaseerd op onderzoek geïndexeerd in PubMed, aangevuld met de klinische richtlijnen die daaruit zijn voortgekomen. [8] [9]

Waar het bewijs het sterkst staat

In dezelfde overzichtsstudie werd voor tien aandoeningen bewijs van positief effect vastgesteld: chronische pijn, lage rugpijn, knieartrose, postoperatieve misselijkheid en braken, migraine, spanningshoofdpijn, kankergerelateerde vermoeidheid, menopauzale klachten, vrouwelijke infertiliteit (aanvullend op medische vruchtbaarheidsbehandeling) en chronische prostatitis bij mannen. [8]

Voor tweeëntachtig aandoeningen werd bewijs van mogelijk positief effect gevonden. Voor zesentachtig — bijna de helft van alles wat werd onderzocht — was het bewijs onduidelijk of onvoldoende om te besluiten, en bij zes werd geen effect vastgesteld. Dat cijfer hoort er nadrukkelijk bij: het grootste deel van het veld komt niet verder dan “onbepaald”.

Eén kanttekening bij deze bron zelf. Beide auteurs zijn arts en lid van de vereniging die het onderzoek financierde. Dat maakt de cijfers niet onjuist — ze zijn navolgbaar in PubMed — maar wie ze leest, mag dat weten.

Richtlijnen

Het duidelijkste signaal komt niet uit afzonderlijke studies maar uit klinische richtlijnen. De Britse NICE-richtlijn over chronische pijn beveelt aan om bij mensen vanaf zestien jaar met chronische primaire pijn één behandelreeks acupunctuur of dry needling te overwegen, binnen een traditioneel Chinees of westers acupunctuursysteem. [10]

Die aanbeveling is bewust begrensd, en die begrenzing hoort erbij: de reeks mag niet meer dan vijf uur zorgtijd omvatten en moet worden uitgevoerd door een zorgverlener met passende opleiding. Bovendien staat diezelfde instantie in haar richtlijn over lage rugpijn en ischias juist afwijzend tegenover acupunctuur — een tegenstelling die het gevolg is van verschillende beoordelingskaders per richtlijn, niet van nieuwe gegevens. [11]

Wie het eerlijk samenvat, zegt dus: erkend binnen grenzen, niet erkend daarbuiten, en de grens ligt niet overal even logisch.

De methodologische knoop

Het kernprobleem van acupunctuuronderzoek is de controlegroep. Om een specifiek effect aan te tonen moet men de behandeling vergelijken met een schijnbehandeling die er identiek uitziet maar fysiologisch niets doet. Dat blijkt niet te bestaan.

Onderzoekers argumenteren dat sham-acupunctuur niet als een geldige placebo kan gelden, omdat ook zij het somatosensorische systeem activeert via tactiele prikkeling — en dat is precies een onderdeel van het werkingsmechanisme van acupunctuur. [12] Sham-acupunctuur blijkt niet alleen de verwachte aspecifieke effecten op te roepen, maar ook eigen specifieke effecten, waardoor het misleidend is haar gelijk te stellen aan een placebo. [13] De consequentie snijdt twee kanten op, en dat moet gezegd. Enerzijds kan het gebruik van echte acupunctuurpunten in de shamgroep het werkelijke effect van acupunctuur onderschatten. Anderzijds betekent het dat de vraag naar puntspecificiteit — of het uitmaakt wáár precies geprikt wordt — met de huidige onderzoeksopzet niet sluitend beantwoord is.

Dat er klinisch effect optreedt, is goed onderbouwd. Waaraan dat effect precies toe te schrijven is, is dat minder.

Laseracupunctuur in het bijzonder

Voor laseracupunctuur specifiek is de literatuur nog jong en minder omvangrijk dan voor naaldacupunctuur.

De belangrijkste bron is een systematische review met meta-analyse van negenenveertig gerandomiseerde studies. [14] Twee derde daarvan rapporteerde positieve effecten. De conclusie luidt dat bewijs van matige kwaliteit de effectiviteit bij musculoskeletale pijn ondersteunt, mits toegediend in een passende dosering — met dien verstande dat die effecten zich pas bij langetermijnopvolging aftekenden en niet onmiddellijk na afloop van de behandelreeks. Subgroepanalyses toonden datzelfde patroon voor myofasciale pijn en triggerpoints, epicondylitis lateralis en temporomandibulaire pijn.

Die review dateert van 2015. Een recentere systematische review komt tot een vergelijkbaar beeld en voegt er twee dingen aan toe: de zekerheid van het bewijs is laag tot matig, en er zijn statistische aanwijzingen voor publicatiebias — negatieve studies raken minder makkelijk gepubliceerd dan positieve. [15] Dat betekent dat het werkelijke effect kleiner kan zijn dan de gepubliceerde literatuur suggereert.

Het parameterprobleem uit de fotobiomodulatie keert hier terug, en het weegt zwaarder: bovenop de dosering komt de puntkeuze. Eén nuance is daarbij op zijn plaats. Het probleem is niet dat de benodigde precisie technisch onhaalbaar zou zijn. Gekalibreerde meetapparatuur voor vermogen, golflengte en bundelprofiel bestaat en wordt in fysisch onderzoek routinematig ingezet. Het probleem zit in de klinische literatuur zelf: veel studies vermelden enkel de opgave van de fabrikant in plaats van een eigen meting, waardoor niet na te gaan is welke dosis werkelijk is toegediend. Het obstakel is dus oplosbaar, niet opgelost. Zolang studies onderling verschillende parameters gebruiken en die onvolledig rapporteren, blijven de resultaten moeilijk vergelijkbaar — hoe nauwkeurig een individueel toestel ook doseert.

Aan de andere kant van de discussie...

Tot hier de tekortkomingen. Ze zijn reëel en ik breng ze niet kleiner dan ze zijn. Maar wie alleen dát leest, krijgt een vertekend beeld, want er staat ook iets tegenover.

De betere studies zijn de positieve studies. In die negenenveertig gerandomiseerde onderzoeken waren de studies die effect vonden óók de studies met de hoogste methodologische kwaliteit en de meest volledige doseringsrapportage. De negatieve en niet-concludente studies misten doorgaans beide. [14] Bij een behandelvorm die niets doet, verwacht men het omgekeerde patroon: hoe strakker het onderzoek, hoe kleiner het effect. Hier gaat het de andere kant op. Dat bewijst niets op zichzelf, maar het is geen detail.

Er is een mechanisme. Anders dan bij veel behandelvormen buiten de reguliere zorg hoeft hier niets te worden verondersteld wat de fysiologie niet kent. Dat rood en nabij-infrarood licht in de cel wordt geabsorbeerd en de energiehuishouding beïnvloedt, is onafhankelijk van enig klinisch onderzoek vastgesteld. [1] [2] De open vraag is niet óf licht iets met weefsel doet, maar hoeveel, op welke diepte en bij welke dosis.

De onderzoeksopzet werkt in het nadeel. Zoals hierboven beschreven is er geen controlegroep die werkelijk niets doet. Het gevolg is dat het gemeten verschil tussen behandeling en schijnbehandeling kleiner uitvalt dan het werkelijke effect. [12] Ook dat snijdt twee kanten op — het maakt de puntspecificiteit onbeantwoord — maar op dit punt werkt het systematisch ten nadele van de behandelvorm.

En: onvoldoende onderzocht is niet hetzelfde als weerlegd. In het grote acupunctuuroverzicht viel bijna de helft van de aandoeningen in de categorie "onduidelijk of onvoldoende". [8] Dat is geen negatief oordeel. Het is de vaststelling dat er nog niets te zeggen valt.

Wat hier dus staat is een hypothese: aannemelijk gemaakt, gedeeltelijk bevestigd, niet uitgewerkt. Dat is een volwaardige wetenschappelijke status en geen verkapte zwakte. Wat ontbreekt is bevestiging, niet plausibiliteit.

Een aantekening uit de praktijk

Onderzoek werkt met afgebakende aandoeningen bij groepen patiënten. De praktijk werkt met individuele mensen bij wie de klachten zelden zo netjes afgebakend zijn. Dat verschil is geen detail: het bepaalt wat een studie kan meten en wat ze onvermijdelijk laat liggen.

Veel van wat zich in een consultatie voordoet, valt buiten elk onderzoeksprotocol. Sommige vragen worden nooit onderzocht omdat ze te zeldzaam zijn, te samengesteld, of commercieel oninteressant. Een muzikant met een haperende trompet-embouchure zal in geen enkele meta-analyse voorkomen.

Wat een behandelaar daar waarneemt, is geen bewijs. Individuele waarneming kent te veel storende factoren om die status te claimen. Maar het is ook niet niéts: het is de laag waarop klinisch redeneren gebeurt, en waaruit onderzoeksvragen ontstaan.

Laten we gaan uitzoeken wat we voor ú, in úw situatie kunnen doen.

Geen giswerk; diepgaand, persoonlijk en geheel vertrouwelijk; neem gerust en geheel vrijblijvend contact op.

Bronnen

Fotobiomodulatie — mechanisme

1. Hamblin MR. Mechanisms and applications of the anti-inflammatory effects of photobiomodulation. *AIMS Biophysics.* 2017;4(3):337–361. doi:10.3934/biophy.2017.3.337
2. Hamblin MR. Mechanisms and mitochondrial redox signaling in photobiomodulation. *Photochemistry and Photobiology.* 2018. doi:10.1111/php.12864 — PMID 29164625

Fotobiomodulatie — klinische toepassing

3. Maghfour J, Mineroff J, Ozog DM, et al. Evidence-based consensus on the clinical application of photobiomodulation. *Journal of the American Academy of Dermatology.* 2025;93(2):429–443. doi:10.1016/j.jaad.2025.04.031
4. Stausholm MB, Naterstad IF, Joensen J, et al. Efficacy of low-level laser therapy on pain and disability in knee osteoarthritis: systematic review and meta-analysis of randomised placebo-controlled trials. *BMJ Open.* 2019;9(10):e031142. doi:10.1136/bmjopen-2019-031142
5. Gobbo M, Lam H, Bonomo P, Chow E, Behroozian T, et al. Photobiomodulation therapy for the prevention of acute radiation dermatitis: a systematic review and meta-analysis. *Supportive Care in Cancer.* 2023. doi:10.1007/s00520-023-07673-y — PMID 36952036

Fotobiomodulatie — parameters en lichtbron

6. Zein R, Selting W, Hamblin MR. Review of light parameters and photobiomodulation efficacy: dive into complexity. *Journal of Biomedical Optics.* 2018;23(12):120901. doi:10.1117/1.JBO.23.12.120901
7. Heiskanen V, Hamblin MR. Photobiomodulation: lasers vs. light emitting diodes? *Photochemical & Photobiological Sciences.* 2018;17(8):1003–1017. doi:10.1039/c8pp00176f

Acupunctuur — overzicht en richtlijnen

8. Hempen M, Hummelsberger J. The state of evidence in acupuncture: a review of metaanalyses and systematic reviews of acupuncture evidence (update 2017–2022). *Complementary Therapies in Medicine.* 2025;89:103149. doi:10.1016/j.ctim.2025.103149
9. Allen J, Mak SS, Begashaw M, et al. Use of acupuncture for adult health conditions, 2013 to 2021: a systematic review. *JAMA Network Open.* 2022;5(11):e2243665. doi:10.1001/jamanetworkopen.2022.43665
10. National Institute for Health and Care Excellence. Chronic pain (primary and secondary) in over 16s: assessment of all chronic pain and management of chronic primary pain. NICE guideline NG193, 7 april 2021. nice.org.uk/guidance/ng193
11. National Institute for Health and Care Excellence. Low back pain and sciatica in over 16s: assessment and management. NICE guideline NG59, 2016, met latere aanpassingen. nice.org.uk/guidance/ng59

Acupunctuur — de methodologische knoop

12. Lee MS, Lee HW, Lee B, et al. Sham acupuncture techniques are not inert: an overview. *Integrative Medicine Research.* 2026.
13. Kim TH, Lee MS, Lee H. Sham acupuncture is not just a placebo. *Journal of Acupuncture and Meridian Studies.* 2022;15(6):333–335. doi:10.51507/j.jams.2022.15.6.333

**Laseracupunctuur**

14. Law D, McDonough S, Bleakley C, Baxter GD, Tumilty S. Laser acupuncture for treating musculoskeletal pain: a systematic review with meta-analysis. *Journal of Acupuncture and Meridian Studies.* 2015. PMID 25660439
15. Lee S, Son E, Bae Y, et al. Laser acupuncture in the treatment of musculoskeletal disorders: systematic review and meta-analysis. *Frontiers in Neurology.* 2026;16:1672380. doi:10.3389/fneur.2025.1672380

Alle referenties zijn raadpleegbaar via PubMed of de uitgever.

Over deze bronnen

Het meeste onderzoek naar laseracupunctuur en fotobiomodulatie wordt verricht door mensen die binnen het vakgebied werken, deels met financiering van apparatuurfabrikanten. Dat hoort de lezer te weten.

Het omgekeerde hoort er even nadrukkelijk bij. Ook de reguliere geneeskunde kent gefinancierde studies met voorspelbare uitkomsten, niet-gepubliceerde negatieve resultaten en richtlijncommissies met eigen belangen. En het toetsingskader zelf — één werkzame stof, vaste dosering, inerte controlegroep — is ontworpen voor geneesmiddelen. Behandelvormen die uit meerdere onlosmakelijke onderdelen bestaan, passen er slecht in. Dat is een beperking van het meetinstrument, geen uitspraak over de behandeling.

Er is hier dus geen onafhankelijke scheidsrechter. Wie zich een oordeel wil vormen, leest de bronnen zelf en weegt wie ze geschreven heeft. Ze staan er allemaal.

Mijn eigen samenvatting van dat lezen: het bewijs is onvoltooid, de richting is gunstig en het mechanisme is aannemelijk. Dat is geen belofte en geen genezingsclaim. Het is genoeg om het te proberen — en het blijft genoeg om te stoppen wanneer het bij ú niet aanslaat.