Praktijk Wim Lasoen
Sleidinge (Evergem)
Over laseracupunctuur en fotobiomodulatie wordt op twee manieren geschreven. De ene overdrijft: elke aandoening, elk resultaat, geen twijfel. De andere veegt alles van tafel omdat een deel niet bewezen is.
Ongenuanceerde preconceptie en polariserende doctrines helpen de persoon op zoek naar complementaire zorg en/of meer levenskwaliteit geen meter vooruit.
Deze pagina probeert het derde: weergeven wat het onderzoek werkelijk laat zien, inclusief waar het tekortschiet. Wie wil weten of een behandelvorm iets voor hem kan betekenen, heeft meer aan een eerlijke stand van zaken dan aan een belofte.
Fotobiomodulatie (PBM), historisch bekend als low-level lasertherapie, wordt in de wetenschappelijke literatuur beschreven als een veilige, niet-invasieve behandelvorm met aantoonbare klinische effecten. Tegelijk keert in vrijwel elke overzichtsstudie dezelfde kanttekening terug: het onderzoeksveld vraagt om standaardisatie.
De hieronder samengevatte lijn is gebaseerd op onderzoek dat is geïndexeerd in PubMed, de bibliografische databank van de Amerikaanse National Library of Medicine. Wie de onderbouwing zelf wil nagaan, kan daar terecht.
Acupunctuur behoort tot de best onderzochte niet-conventionele behandelvormen. Een overzichtsstudie die de systematische reviews en meta-analyses van 2017 tot 2022 in kaart bracht, evalueerde 862 reviews die samen 184 medische aandoeningen bestreken. Die omvang maakt het veld tegelijk overzichtelijk en onoverzichtelijk: er is veel, maar het is ongelijk van kwaliteit.
De hieronder samengevatte lijn is gebaseerd op onderzoek geïndexeerd in PubMed, aangevuld met de klinische richtlijnen die daaruit zijn voortgekomen. [8] [9]
Voor laseracupunctuur specifiek is de literatuur nog jong en minder omvangrijk dan voor naaldacupunctuur.
De belangrijkste bron is een systematische review met meta-analyse van negenenveertig gerandomiseerde studies. [14] Twee derde daarvan rapporteerde positieve effecten. De conclusie luidt dat bewijs van matige kwaliteit de effectiviteit bij musculoskeletale pijn ondersteunt, mits toegediend in een passende dosering — met dien verstande dat die effecten zich pas bij langetermijnopvolging aftekenden en niet onmiddellijk na afloop van de behandelreeks. Subgroepanalyses toonden datzelfde patroon voor myofasciale pijn en triggerpoints, epicondylitis lateralis en temporomandibulaire pijn.
Die review dateert van 2015. Een recentere systematische review komt tot een vergelijkbaar beeld en voegt er twee dingen aan toe: de zekerheid van het bewijs is laag tot matig, en er zijn statistische aanwijzingen voor publicatiebias — negatieve studies raken minder makkelijk gepubliceerd dan positieve. [15] Dat betekent dat het werkelijke effect kleiner kan zijn dan de gepubliceerde literatuur suggereert.
Het parameterprobleem uit de fotobiomodulatie keert hier terug, en het weegt zwaarder: bovenop de dosering komt de puntkeuze. Eén nuance is daarbij op zijn plaats. Het probleem is niet dat de benodigde precisie technisch onhaalbaar zou zijn. Gekalibreerde meetapparatuur voor vermogen, golflengte en bundelprofiel bestaat en wordt in fysisch onderzoek routinematig ingezet. Het probleem zit in de klinische literatuur zelf: veel studies vermelden enkel de opgave van de fabrikant in plaats van een eigen meting, waardoor niet na te gaan is welke dosis werkelijk is toegediend. Het obstakel is dus oplosbaar, niet opgelost. Zolang studies onderling verschillende parameters gebruiken en die onvolledig rapporteren, blijven de resultaten moeilijk vergelijkbaar — hoe nauwkeurig een individueel toestel ook doseert.
Tot hier de tekortkomingen. Ze zijn reëel en ik breng ze niet kleiner dan ze zijn. Maar wie alleen dát leest, krijgt een vertekend beeld, want er staat ook iets tegenover.
De betere studies zijn de positieve studies. In die negenenveertig gerandomiseerde onderzoeken waren de studies die effect vonden óók de studies met de hoogste methodologische kwaliteit en de meest volledige doseringsrapportage. De negatieve en niet-concludente studies misten doorgaans beide. [14] Bij een behandelvorm die niets doet, verwacht men het omgekeerde patroon: hoe strakker het onderzoek, hoe kleiner het effect. Hier gaat het de andere kant op. Dat bewijst niets op zichzelf, maar het is geen detail.
Er is een mechanisme. Anders dan bij veel behandelvormen buiten de reguliere zorg hoeft hier niets te worden verondersteld wat de fysiologie niet kent. Dat rood en nabij-infrarood licht in de cel wordt geabsorbeerd en de energiehuishouding beïnvloedt, is onafhankelijk van enig klinisch onderzoek vastgesteld. [1] [2] De open vraag is niet óf licht iets met weefsel doet, maar hoeveel, op welke diepte en bij welke dosis.
De onderzoeksopzet werkt in het nadeel. Zoals hierboven beschreven is er geen controlegroep die werkelijk niets doet. Het gevolg is dat het gemeten verschil tussen behandeling en schijnbehandeling kleiner uitvalt dan het werkelijke effect. [12] Ook dat snijdt twee kanten op — het maakt de puntspecificiteit onbeantwoord — maar op dit punt werkt het systematisch ten nadele van de behandelvorm.
En: onvoldoende onderzocht is niet hetzelfde als weerlegd. In het grote acupunctuuroverzicht viel bijna de helft van de aandoeningen in de categorie "onduidelijk of onvoldoende". [8] Dat is geen negatief oordeel. Het is de vaststelling dat er nog niets te zeggen valt.
Wat hier dus staat is een hypothese: aannemelijk gemaakt, gedeeltelijk bevestigd, niet uitgewerkt. Dat is een volwaardige wetenschappelijke status en geen verkapte zwakte. Wat ontbreekt is bevestiging, niet plausibiliteit.
Onderzoek werkt met afgebakende aandoeningen bij groepen patiënten. De praktijk werkt met individuele mensen bij wie de klachten zelden zo netjes afgebakend zijn. Dat verschil is geen detail: het bepaalt wat een studie kan meten en wat ze onvermijdelijk laat liggen.
Veel van wat zich in een consultatie voordoet, valt buiten elk onderzoeksprotocol. Sommige vragen worden nooit onderzocht omdat ze te zeldzaam zijn, te samengesteld, of commercieel oninteressant. Een muzikant met een haperende trompet-embouchure zal in geen enkele meta-analyse voorkomen.
Wat een behandelaar daar waarneemt, is geen bewijs. Individuele waarneming kent te veel storende factoren om die status te claimen. Maar het is ook niet niéts: het is de laag waarop klinisch redeneren gebeurt, en waaruit onderzoeksvragen ontstaan.
Geen giswerk; diepgaand, persoonlijk en geheel vertrouwelijk; neem gerust en geheel vrijblijvend contact op.
Fotobiomodulatie — mechanisme
1. Hamblin MR. Mechanisms and applications of the anti-inflammatory effects of photobiomodulation. *AIMS Biophysics.* 2017;4(3):337–361. doi:10.3934/biophy.2017.3.337
2. Hamblin MR. Mechanisms and mitochondrial redox signaling in photobiomodulation. *Photochemistry and Photobiology.* 2018. doi:10.1111/php.12864 — PMID 29164625
Fotobiomodulatie — klinische toepassing
3. Maghfour J, Mineroff J, Ozog DM, et al. Evidence-based consensus on the clinical application of photobiomodulation. *Journal of the American Academy of Dermatology.* 2025;93(2):429–443. doi:10.1016/j.jaad.2025.04.031
4. Stausholm MB, Naterstad IF, Joensen J, et al. Efficacy of low-level laser therapy on pain and disability in knee osteoarthritis: systematic review and meta-analysis of randomised placebo-controlled trials. *BMJ Open.* 2019;9(10):e031142. doi:10.1136/bmjopen-2019-031142
5. Gobbo M, Lam H, Bonomo P, Chow E, Behroozian T, et al. Photobiomodulation therapy for the prevention of acute radiation dermatitis: a systematic review and meta-analysis. *Supportive Care in Cancer.* 2023. doi:10.1007/s00520-023-07673-y — PMID 36952036
Fotobiomodulatie — parameters en lichtbron
6. Zein R, Selting W, Hamblin MR. Review of light parameters and photobiomodulation efficacy: dive into complexity. *Journal of Biomedical Optics.* 2018;23(12):120901. doi:10.1117/1.JBO.23.12.120901
7. Heiskanen V, Hamblin MR. Photobiomodulation: lasers vs. light emitting diodes? *Photochemical & Photobiological Sciences.* 2018;17(8):1003–1017. doi:10.1039/c8pp00176f
Acupunctuur — overzicht en richtlijnen
8. Hempen M, Hummelsberger J. The state of evidence in acupuncture: a review of metaanalyses and systematic reviews of acupuncture evidence (update 2017–2022). *Complementary Therapies in Medicine.* 2025;89:103149. doi:10.1016/j.ctim.2025.103149
9. Allen J, Mak SS, Begashaw M, et al. Use of acupuncture for adult health conditions, 2013 to 2021: a systematic review. *JAMA Network Open.* 2022;5(11):e2243665. doi:10.1001/jamanetworkopen.2022.43665
10. National Institute for Health and Care Excellence. Chronic pain (primary and secondary) in over 16s: assessment of all chronic pain and management of chronic primary pain. NICE guideline NG193, 7 april 2021. nice.org.uk/guidance/ng193
11. National Institute for Health and Care Excellence. Low back pain and sciatica in over 16s: assessment and management. NICE guideline NG59, 2016, met latere aanpassingen. nice.org.uk/guidance/ng59
Acupunctuur — de methodologische knoop
12. Lee MS, Lee HW, Lee B, et al. Sham acupuncture techniques are not inert: an overview. *Integrative Medicine Research.* 2026.
13. Kim TH, Lee MS, Lee H. Sham acupuncture is not just a placebo. *Journal of Acupuncture and Meridian Studies.* 2022;15(6):333–335. doi:10.51507/j.jams.2022.15.6.333
**Laseracupunctuur**
14. Law D, McDonough S, Bleakley C, Baxter GD, Tumilty S. Laser acupuncture for treating musculoskeletal pain: a systematic review with meta-analysis. *Journal of Acupuncture and Meridian Studies.* 2015. PMID 25660439
15. Lee S, Son E, Bae Y, et al. Laser acupuncture in the treatment of musculoskeletal disorders: systematic review and meta-analysis. *Frontiers in Neurology.* 2026;16:1672380. doi:10.3389/fneur.2025.1672380
Alle referenties zijn raadpleegbaar via PubMed of de uitgever.
Over deze bronnen
Het meeste onderzoek naar laseracupunctuur en fotobiomodulatie wordt verricht door mensen die binnen het vakgebied werken, deels met financiering van apparatuurfabrikanten. Dat hoort de lezer te weten.
Het omgekeerde hoort er even nadrukkelijk bij. Ook de reguliere geneeskunde kent gefinancierde studies met voorspelbare uitkomsten, niet-gepubliceerde negatieve resultaten en richtlijncommissies met eigen belangen. En het toetsingskader zelf — één werkzame stof, vaste dosering, inerte controlegroep — is ontworpen voor geneesmiddelen. Behandelvormen die uit meerdere onlosmakelijke onderdelen bestaan, passen er slecht in. Dat is een beperking van het meetinstrument, geen uitspraak over de behandeling.
Er is hier dus geen onafhankelijke scheidsrechter. Wie zich een oordeel wil vormen, leest de bronnen zelf en weegt wie ze geschreven heeft. Ze staan er allemaal.
Mijn eigen samenvatting van dat lezen: het bewijs is onvoltooid, de richting is gunstig en het mechanisme is aannemelijk. Dat is geen belofte en geen genezingsclaim. Het is genoeg om het te proberen — en het blijft genoeg om te stoppen wanneer het bij ú niet aanslaat.